Made me laugh
juli 11th, 2011 § 2 reacties
In het Engels, ja, want geef nou eens eerlijk toe. Dat ‘maakte me aan het lachen’ klinkt gewoon écht niet. Kinderachtig, onprofessioneel en ga zo maar door. In principe bén ik ook nog een kind en verre van professioneel, maar ach. Laat de schijn toch mooi ophouden.
Van die momentjes die je aan het lachen maken. Clichématig zou dit om een zomerdag moeten gaan met iemand die heel erg leuk is, verlegen elkaars handje vast pakken kusje kusje knuffel, of van een afstandje naar elkaar toe rennen in een korenveld met een zwijmelig muziekje eronder. Van clichématige momentjes krijg ik tegenwoordig braakneigingen. Ook niet zo’n momentje dat iemand precies het tegenovergestelde doet van wat je van hem/haar verwacht, in positieve zin dan, dat dan weer een glimlachje op je gezicht tovert. Ook niet zo’n moment van HA IK HEB JE en dan een raadselachtig lachje rond je mond krijgen. Zelfs schijn ik deze laatstgenoemde, al dan niet in een iets andere context, wat vaker rond mijn mond, of beter gezegd in mijn ogen te hebben.
Eigenlijk meer zo’n moment van schaterlach, boempats uit het niets. En met boempats uit het niets, bedoel ik ook boempats uit het niets. Boempats uit het niets als in een auto zitten met ietwat melanchonische muziek op, omdat dat soms nou eenmaal best fijn is in een auto terwijl de zon zakt, je blik op niks hebben in de verte en ineens.. -daar komt de boempats, let op- BOEMPATS, een enorme schaterlach. Waardoor het komt, moet je me niet vragen. Die verschijning die toen voor mijn ogen kwam, was niet zo bijzonder lachwekkend, eerder kwijlopwekkend. Krullenmannen, ja. Mijn zwak voor krullenmannen is algemeen bekend en aangezien die krullenmannen nog allemaal allstars aanhadden was m’n dag helemaal goed. Dat groepje krullenmannen reed op een of ander minimotortje, ieder eentje natuurlijk, moge daar geen twijfel over zijn, Honda als ik het me goed herinner. Ze hadden nog net geen sjaaltjes om, wapperend in de wind. Van die oldschool helmen, dat dan weer wel. Goed, op een gegeven moment kwam er dan wel een niet-zo-heel-erg-aantrekkelijke-krullenman langs en die keek dan ook wel een beetje poepig mijn kant op, misschien dat het daardoor kwam, die schaterlach.
Misschien dat die schaterlach wel kwam, doordat ik een bord met Werfverkeer had gezien. Gekke Belgen, ze hebben vast weer een spelfout gemaakt en de k in een f veranderd. Zou je denken, hè. Maar daarna verschenen nog meer borden met Werfverkeer erop, dus de fout zou dan bij mij liggen. Dát in combinatie met het bord ‘danku voor het proper houden van deze weg!’ en ‘sluikstorten verboden’ en dan ook nog eens het poepige gezicht van die niet-zo-krullerige-krullenman, zou voor mijn enorme lachbui kunnen hebben gezorgd.
Óf, ook heel erg leuk natuurlijk, kwam er weer iets bovendrijven terwijl ik muziek luisterde. Er komen bij mij altijd dingen bovendrijven, op de meest rare momenten. Nu is er bijvoorbeeld een stangetje achter mijn tanden gesprongen en moet ik aan de aflevering op Discovery denken over beugels, en dat dat stangetje achter mn tanden van brandweerstaalspul is gemaakt, zodat het altijd terug springt in de goede vorm waardoor je tanden recht gaan staan/blijven. Tja. Fijne eigenschap. Maargoed, terug naar dat momentje met de muziek en dat het bovengedreven kwam. Het was iets met The Bloodhound Gang, een bepaalde regel met ‘ain’t my job, to fuck you on your birthday anymore’, iemand die op die dag ook daadwerkelijk jarig was en hé, het was ook niet meer mijn taak om dat te doen. Ofja, in mijn geval gefuckt te worden dan. Andersom gaat ook zo moeilijk. Het toeval, het toeval. Diegene schijnt ook een semi-krullenman te zijn, als zijn haar nat is. Combineer dat met al die lekkere échte krullenmannen et voilà. Waar rare verbanden leggen wel al niet goed voor is, hè.
Het meest logisch zou natuurlijk zijn als dat poepige hoofd van die krullenman zó lachwekkend was, dat ik ervan moest lachen. Jammergenoeg voor mij kan ik geen logische verbanden leggen en ga ik in een omweg overal heen, qua gedachten dan. Meestal. Maar hé, waarom makkelijk doen als het moeilijk kan? Het feit is en blijft dat ik moest lachen toen ik die man zag, of het nou door andere factoren erbij kwam of alleen door hem. He made me laugh, en hard ook.
Dankjewel, onbekende-niet-zo-heel-erg-aantrekkelijk-krullenman, want dat had ik best wel heel erg hard nodig.
Ik mis je toch zo
april 22nd, 2011 § Geef een reactie
Ondertussen is het alweer precies een week geleden dat je er was. Nog nooit heeft een week zo lang geduurd. Altijd als jij er bent, lijkt de tijd veel langzamer te gaan. Door jou heb ik altijd meer tijd voor mezelf, meer tijd om leuke dingen te doen. Meer tijd voor andere dingen, om mijn tijd nuttig te besteden. Tijd om meer van mijn tijd die ik heb te genieten.
Je bent er niet vaak, verre van zelfs. Alles bij elkaar opgeteld zal je er maar een week of twee, drie in een heel jaar zijn. Dat is niet veel, nee. En als je er bent, ben je ook zo weer weg op de een of andere manier. Waarom, o, waarom gaat de tijd toch altijd zo snel als je het leuk hebt? Je geeft me tijd, maar op hetzelfde moment gaat alles ook tien keer zo snel voorbij.
Het heeft gewoon nooit zo mogen zijn dat wij altijd bij elkaar zijn, en na volgend jaar zal ik je waarschijnlijk ook nooit meer zien. De wreedheid. Nooit meer hele middagen verkloten, omdat ik toch nog genoeg tijd zou hebben door jou.
Liefste, mijn aller aller aller aller aller liefste B-rooster aka verkort rooster. Kom terug. Alsjeblieft. Ik mis je toch zo.
Boempatshatseflats
maart 19th, 2011 § 2 reacties
Boempatshatseflats, dat is Ijslands voor ‘laatste keer’. Oké, oké, stiekem is het gewoon een zelfverzonnen woord dat ik wel grappig vond klinken, maar het doet niks af aan het feit dat ik vandaag een laatste keer heb beleefd. Een laatste keer ja, u leest het goed. Geen ontzettend opwindende eerste keer, gewoon, heel simpel, een laatste.
Niet dat dit mijn eerste keer een laatste keer was (volgt u het nog), ik bedoel, ik heb al de laatste keer mijn oma gesproken, de laatste keer met mijn ex-honkbalmattie ingegooid voordat hij overreden werd door een bus, al zijn dat natuurlijk de mindere laatste keren. Ook was er een laatste keer dat ik klittebandschoenen kocht, of de laatste keer dat ik glitterspeldjes in mijn haar deed. De laatste schooldag op de basisschool, ook een mimimimimimimimimi-momentje. Of de eerste en meteen de laatste keer dat ik iemand die mij tot op de bot van mijn ziel, de poëzie, gekrenkt heeft heb kunnen vergeven. Ik ben toch zo’n goed mens.
Maar deze laatste keer, deze laatste keer was anders. Deze laatste keer deed ik het met plezier, en niet zo’n klein beetje ook. De laatste keer het Weekendgezet invouwen, om de dag erna de laatste keer de folders hierin te doen. En ach, als het toch de laatste keer is dat ik dat moet doen en er toch nooit gecontroleerd wordt of alles wel bezorgd wordt, laten we de helft van de folders wel. Scheelt mij weer tijd en de mensen aan wie ik het bezorg weer geld ivm oud papier. Hoezo besparend. Vervolgens de allerallerallerlaatste keer op zaterdag op te staan en te beseffen dat er alweer het Zondagsnieuws voor de deur stond te wachten om ingevouwen te worden, te wachten om mijn handen zwart te maken met die inkt, zodat ik mijn handen weer met dreft moest wassen en het zo droog werd als wat. Al is die inkt zo slecht nog niet moet ik toegeven, je kunt er goed mensen mee schmienken heb ik afgelopen keer geleerd dat mijnheer vriend me ging helpen. Maar vrees niet, goede vriendin dat ik ben heb ik zijn gezicht daarna natuurlijk gewassen met de tedere aanraking van mijn handen. Die jongen was vast in de zevende hemel, gewassen worden door je vriendin.
De laatste keer mijn krantenwijkje lopen was dus een genot, dat kwam met name ook door het weer. De zon scheen, de lucht was blauw, er was een briesje en er kwamen gelukkig voor mij geen teletubbies. Het weer was lief omdat ik blij was met mijn laatste keer kranten, zo dacht ik maar. Want kranten rondbrengen in de brandende zon is geen pretje, weet ik uit ervaring. Smachtend naar een ijskoud glas water kranten door brievenbussen heenproppen terwijl je lachende kinderen in gekoeld zwembadwater hoort springen, met hun schattige Britse accentjes hoort praten. Met een stapel kranten in je hand rondlopen in een straat waar een straatfeest gevierd wordt en je ineens een pils in je handen geduwd krijgt omdat je toch zo hard werkt is daarentegen niet zo’n straf.
Het tegenovergestelde van die brandende zon is dan sneeuw. Sneeuw is ook bagger als je kranten moet bezorgen. Alles lopend doen en dan ook nog faliekant op je bek gaan wanneer je denkt dat je vast wel dat stukje even bergaf met die S-bocht erin over de be-ijsde straat fietsend kan doen. Niet dus. Kranten kleddernat en een verdraaide knie it was. Dan bekijken de mensen in die wijk het maar, ook ik verdien de kerstgedachte, want half gehandicapt bezorg ik geen kranten. Die mensen in die wijk overigens hè, die vieze vuile gierigaards, geven mij geen geld als ik, de kou trotserend, met een lach aanbel en ze prettige feestdagen wens. Puh.
Al met al ben ik dus heel erg blij met deze laatste keer, een van de betere laatste keren als je het mij vraagt. Sterker nog, ik haal liever mijn handen aan karton (de doos waarin koekjes om in vakken te vullen tegenwoordig verpakt zitten) open, dan dat ze zwart worden door die kranten.
Dag krantjes, hallo koekjes, chips, cola en suiker. Dag zwarte handen, hallo opengehaalde bloedhanden.
Ik heb een tijdmachine, ja
januari 6th, 2011 § Geef een reactie
Ik ben nu zo’n 6 dagen te laat ongeveer, maar dat kan mij niet zoveel schelen, want stiekem heb ik gewoon een tijdmachine. Ook geen tijd op oudjaarsdag voor dit overigens. En niet alleen dat, sterker nog, voor de Koptische Kerk, daar waar nu die aanslagdreigingsdingetjes zijn, hebben op 7 januari pas nieuwjaarsdag, wat betekent dat het nu oudjaarsdag is. Ruim optijd hiermee dus. De enige reden waarom ik dit overigens weet is dat er een niet nader te noemen persoon daar nu staat te filmen en volgensmij doodsangsten uitstaat. Maar ach.
Maargoed, niet afdwalen nu. Focus, Marle, focus. Mijn punt is dus dat het zo onderhand alweer 6 januari is en ik nog geen befaamd en clichématig jaaroverzicht van 2010 heb gemaakt. Bij deze zal ik dat doen, maar dan wel op mijn manier. Hoe dan? Dat zal ik je vertellen, door elke zin te beginnen met ‘een jaar geleden’. Eens even kijken of dit gaat werken.
Een jaar geleden was ik zo rond deze tijd verliefd op een niet nader te noemen manpersoon, zonder die persoon ooit maar gezien te hebben, wel één keer anderhalfuur gebeld. Dat die niet nader te noemen persoon dan 6 jaar ouder was, en nog steeds is, dat maakt mij niks uit en zal mij waarschijnlijk ook nooit uitmaken. Iets met leeftijd en relativiteit enzo. En ook al zijn die liefdesgevoelens afgezwakt, ik heb er zeker geen spijt van. Zal ik ook nooit hebben.
Een jaar geleden had ik nu ongeveer mijn eerste honkbaltraining erop zitten, niet wetende dat ik in volgorde een blauw oog zou oplopen door een bal tegen, ja doh, mijn oog. Vervolgens mijn armpeesding te overrekken, iets aan mijn been te krijgen, mijn pols te kneuzen en om als klap op de vuurpijl een honkbalmattie van mij verliezen doordat een bus over hem heenreed. Mohombi – Bumpy Ride draaiende op die crematie van hem. Toverde toch wel een klein glimlachje op mijn gezicht, ja. Maar ach, ik heb mijn sport gevonden, al zal mijn voorliefde voor ijshockey en basketbal altijd blijven bestaan. Schaatsen ook overigens.
Een jaar geleden riep ik nog dat ik Geneeskunde wilde studeren. Ik? Geneeskunde? Er mag geproest worden, aangezien de kans dat ik meer mensen lekprik, perongeluk benen amputeer, of de verkeerde botten breek, redelijk groot is als je het mij vraagt. Om nog maar niet te spreken over spuiten met de verkeerde vloeistof te vullen of iets dergelijks. Geneeskunde, dat gaat hem niet worden nee. Eerder iets met scheikunde, of kunstmatige intelligentie. In ieder geval iets dus waar ik geen mensen mee kan doden, al dan niet opzettelijk.
Een jaar geleden was ik nog nooit op Pinkpop geweest, terwijl ik er nota bene nog geen 20 minuten vanaf woon. Hoe slecht ben je dan. Al is het na 15 jaar zéker het wachten en al die verhalen van andere mensen aanhoren waard. Het. Was. Fukking. Awesome. Hell yeah. Dit jaar ga ik 3 dagen, maar niet op de pinkpop camping ‘slapen’, nee. Ik maak mijn eigen camping. Camping Marle wel te verstaan.
Een jaar geleden was ik nog nooit dronken geweest, laat staan dat ik ooit een druppel alcohol had aangeraakt. Voor alles is een eerste keer, zullen we maar zeggen. Behalve voor roken, want daar gaan je kleren en je hele huis van stinken. Houd ik niet zo van.
Een jaar geleden had ik het vooroordeel dat die, no offence voor de ‘normale’ mensen, er allemaal paupers daar rondlopen. Uitzonderingen daargelaten natuurlijk. Maar mijn grootste vooroordeel gaat toch over die vrouwelijke menspersonen die er op dat vmbo rondlopen. Volgeplamuurde gezichten, waterstofgeperoxideerde haren, blackberry hebbende, op uggs lopende, aandacht trekkende, zielig doende, tongpiercing hebbende, bree.. euh, rosébier zuipende, zonnebril stelende, in Oiste.. Oh, pardon. Nu word ik toch nét iets te specifiek. Die make-upsnolletjes, die zijn niet te vertrouwen. Voor. Geen. Ene. Meter. Afgezien van die snolletjes die honkballen, want honkballen is een dikke vette +1.
Een jaar geleden was ik nog nooit naar een kerstgala geweest, had ik nog nooit vrijwillig een jurkje aangehad. Net als hakken overigens. Leuk gala, daar niet van. Maar. O. Mijn. God. Wat doen hakken toch pijn aan je voeten. Diep respect voor de vrouwen die op naaldhakken lopen.
And, last but not least. Een jaar geleden wist ik niet wat het was om constant bij iemand te willen zijn, omdat het zo verdomd goed voelt. Iemand al het moment na afscheid nemen te missen. Om om iemand keihard te kunnen janken, terwijl ik normaal nooit huil, niet alleen van pure ellendigheid, maar ook van gelukkigheid. Ook al heeft het allemaal nogal veel moeite en gezeik gekost.
Maar genoeg van dat emotionele gezever en clichématige terugblikken, ”allesch isch goet zoalsch het noe isch.” Zou mevrouw Roeschland van Natuurkunde kunnen zeggen. Isch njet moeilijk joh, dat Natoerkund.
Hier klopt iets niet
december 17th, 2010 § Geef een reactie
Vakantie, het zou de beste tijd van het leven van een scholier moeten zijn. Dingen doen, of juist geen ene reet uitvoeren. Maar vooral één ding zeker niet: voorleren, huiswerk maken, verslagen schrijven, een logboek bijhouden of een maatschappelijke stage lopen. Kortom, vooral helemaal niks wat met school te maken heeft.
Op de een of andere manier negeert mijn school alle Ongeschreven Regels der Vakantie. Niet alleen bestaan er leraren die zo stom zijn om huiswerk op te geven voor na de vakantie, of van je verwachten dat je 3x een documentatiemap van zo’n 12 pagina’s maakt over een onderwerp waar je dan weer een of ander betoog over moet gaan schrijven. Die 3 mapjes afraffelen, is dus niet zo’n goed idee.
Maar het aller-, aller-, aller-, aller-, aller-, aller-, aller-, aller-, aller-, allerergste wat een schoolgaand persoon kan overkomen is toch wel de alom gevreesde SE-week vlak na de vakantie. Dag, twee weken geen ene reet uitvoeren, dag hele dagen verprutsen door buiten sneeuwballengevechten te houden of sneeuwpoppen te maken of iets wat sneeuw-gerelateerd is, dag dagen weg met de trein en wel zien waar je uit komt.
Waarom dan, vraag je je zeker af. Waarom zou je je in godsnaam dan daar zorgen over gaan maken, als je alle stof makkelijk in 1 dag kan herhalen. Het punt is dus, dat ik stiekem, heeel heeel stiekem, diep diep vanbinnen een klein nurtje ben. Een nurtje dat pas tevreden is met een 7 en toch wel een beetje, hoe zal ik het zeggen, schuldgevoel is niet het juiste woord, maar het knaagt dan toch wel als ik me niet aan die planning van me houd. Die planning, die zo losjes gemaakt is dat het eigenlijk nieteens de moeite waard is om je eraan te houden, maar een planning is een planning.
Alleen, als ik dan zo die enorme stapel boeken zie liggen op mijn bureau, en of ik het me inbeeld weet ik niet, maar het is net alsof mijn bureau een beetje als een deukje op die plek van die boekstapel inzakt, zakt ook mijn goede moed om voor één keer me eens aan mijn schema te houden me in de schoenen. Of sloffen natuurlijk, want je moet wel je voetjes warmhouden.
En zodra er bij Marle de moed in de schoenen, of sloffen, zakt, dan kan school in de stront zakken en ga ik vakantie houden.
Tot zover mijn nurt-heid.
De chocoladekikkermeneer
december 8th, 2010 § 1 reactie
Station Sittard. Verstoort rukt mijn starende blik zich van het raam los, omdat er mensen de coupé binnen komen lopen. Onder hen een man met een enorme weekendtas bij zich, waarschijnlijk vol met sinterklaascadeautjes. Of sinterklaas snoep. Of iets ander sinterklaas-gerelateerd.
Die beste man komt uitgerekend tegenover mij zitten, en zit half met zijn voeten in het gangpad. ‘tja, lange benen hè,’ zegt hij met een verontschuldigende blik in zijn ogen. Ik lach met mijn meest vriendelijkste blik op dat moment en zeg dat ik daar ook altijd last van heb in treinen, wijzend naar mijn benen.
Vervolgens tovert hij een stuk of 5 servetjes uit zijn jaszak, om ze op het trein-tafeltje te leggen en zijn beker koffie erop neer te zetten. Want, stel je voor, er zou maar geknoeid worden. Niet alleen kan hij servetjes tevoorschijn toveren, ook melkdingetjes en suikerzakjes zijn zijn specialiteit. Ze blijven maar komen, en zodra hij de meneer naast mij hem lachend aan ziet kijken, kijkt hij een beetje schuldbewust, alsof zijn moeder elk moment achter hem kan komen staan met de uitspraak ‘jongen, wat moet je nou met al die suikerzakjes, let toch eens op je lijn!’
Gelukkig voor hem is dit niet het geval en kan hij suiker en melk naar hartelust in zijn koffie gooien. Nadat hij genoten heeft van zijn welerdiende koffie, hij moest immers op de fiets door zijn kou naar het station komen, gaat hij er even lekker voor zitten en pakt hij een boek uit zijn tas. Op zijn uiterlijk en stem, verrassend prettig om naar te luisteren overigens, af te gaan, gok ik dat het een of ander tovenaarsboek is. En jawel hoor, ik heb weer eens een goede inschatting gemaakt, het boek dat hij leest heet De Grijze Jager. Niet echt iets voor mannen van zijn leetijd naar mijn mening, maar ach.
Opeens schijnt hij zich iets te herinneren en maakt hij zijn weekendtas open. Wederom heb ik een goede inschatting gemaakt, want in zijn tas zitten naast de nodige cadeautjes ook zakken vol met sinterklaassnoep. Verrukt gaat hij alle zakjes af en hij maakt zijn keus: de zak met de chocoladekikkers erin.
Of ik er soms ook een wil, vraagt hij. Omdat ik zijn aanbod afsla, zegt hij dat ik nog tot station Eindhoven om een kikkertje kan vragen, omdat hij dan eruit moet, terwijl hij een kikkertje in zijn mond stopt om zijn gezicht in beetje in elkaar te trekken door de zoete smaak van de vulling. ‘Die dingen smaken nogsteeds zo zoet als vroeger, alleen heb je nu geen idee meer van wat voor rommel er allemaal inzit.’ Lachend om zijn eigen opmerking gaat hij verder in zijn boek en op de een of andere manier doet hij me aan een suikeroom denken. Zijn neefjes en nichtjes zullen vast blij met hem zijn.
Station Eindhoven. Hij moet eruit, ik moet eruit. Hij weer met de bus om naar zijn familie te gaan, ik weer met een andere trein om naar mijn familie te gaan.
Dag sinterklaasje.
Het verschil tussen links en rechts
november 12th, 2010 § 2 reacties
Boven. Onder. Links. Rechts. Links en rechts, niet die politieke stromingsdingetjes nee. En ja, ik weet heus wel dat het verschil tussen links en rechts is dat links je duim rechts zit en bij rechts je duim links. Maar daar gaat het nu niet om.
Nu, nu gaat het om het verschil tussen rechts- en linkshandigen. Ofja, niet het verschil ertussen, want ik ken maar één kant van de vergelijking, aangezien ik zelf rechtshandig ben en ik me weer een, je zou het een aparte kunnen noemen, theorie heb ontwikkeld.
Wat is die theorie dan, vraag je je af? Altijd als ik mijn sokken aandoe, doe ik eerst mijn linkersok aan en daarna pas de rechter variant. Schoenen idem. Ik stap aan de linkerkant van mijn fiets op en ook deurklinken pak ik vast met mijn linkerhand. Verder doe ik ‘s morgens eerst mijn linkerarm in een shirt, en is de lens die ik het eerst indoe, mijn linkerlens. Hier kwam ik overigens pas na een tijdje achter, toen ik erop ging letten, maar dat terzijde. Mijn theorie is dus dat linkshandige mensen al die dingen die ik net heb opgenoemd, met rechts doen.
Niet dat ik dan natuurlijk de mogelijkheid heb om een proefpersoon te vinden, die mij serieus neemt met mijn zwetsverhaal, aangezien ik vrijwel geen linkshandige mensen ken. Wat ook vrij logisch is, omdat er ‘slechts’ 10 tot 15 procent van de mensen linkshandig is. Naar mijn bescheiden mening is 1 op de 10 mensen nog redelijk veel, maar ach.
Dus wat doe je dan? Dan ga je aan je vader, moeder, zusje, vriend, vrienden en verder iedereen die enigszins geïnteresseerd is in je gezwets de o zo belangrijke kwestie uitleggen. Zonder goed resultaat overigens.
Het enige wat mij nu nog rest is nóg een raadsel erbij. Ik zal het mijn hele leven meedragen hoor.
Of later, later als ik groot ben word ik gewoon neuroloog, ga ik het onderzoeken en word ik met dat onderzoek een Nobelprijswinnaar. HA.
Of ze soms zijn handtekening willen
november 2nd, 2010 § 2 reacties
Of ze soms zijn handtekening willen. Dit is niet een of ander beroemd persoon, nee, het is de conciërge op mijn oude basisschool. Het was namelijk zo dat er vervelende rotkiendjes al de hele dag achter hem aanliepen, zwaaiend met een papiertje voor zijn neus. En dan, als hij zijn pen richting het blaadje brengt, trekken ze het blaadje weg om hem vervolgens keihard in zijn gezicht uit te lachen.
Arme arme, meester Ronald. Vroeger, vroeger, toen was je nog iets als conciërge. Ofja, vroeger, in de tijd dat ik nog in de onderbouw zat op die bassischool van me. Vroeger, toen je niet beter wist dan dat er een conciërge rondliep op school. Vroeger, toen de conciërge je held was, wantja, die beste man kon dingen uitprinten, en computers maken, wat overigens er meer op neerkwam dat ding opnieuw op te starten, maar wisten wij veel. Toen was zijn haar, heerlijke krullen hebbend overigens, nog mooi zwart, zonder grijze plukken erin. Toen viel het me niet zo op dat hij er altijd zo afgetrapt bijliep als het ware.
Maar dan, op een gegeven moment zit je in groep acht, klaar om naar die o zo grote middelbare school te gaan, je kunt zelf dingen uitprinten, en ook die zogenaamde computerproblemen oplossen. Je bent niet meer bang om naar de conciërge te gaan, en die praatjes die je vroeger als klein kiendje met hem maakte, maak je ook niet meer, omdat een conciërge die er altijd afgetrapt bijloopt nou eenmaal niet meer zo interessant is. De stagiair van een jaar 0f 18 daarentegen natuurlijk wel.
Vandaag, vandaag kwam ik hem tegen, toen ik langs mijn oude school liep met mijn hond. Ik herkende hem wel, natuurlijk, maar hij mij niet. Hij geen spat verandert, ik blijkbaar wel. Net alsof het tijdloos is voor hem, de rest van je leven slijten op een basisschool, schriften uitdelend en dingen kopiëren voor kinderen die steeds brutaler worden en grappig menen te zijn door je om je handtekening te vragen.
Nee, dankje, ik blijf braaf naar school gaan en ga diploma’s halen zodat ik dat later zeker niet hoef te doen.
Met een wetsuit en zeezoogdieren in een zwembad
oktober 20th, 2010 § 3 reacties
Met een wetsuit en zeezoogdieren in een zwembad hun kunstjes laten doen, dat als werk. Was vroeger mijn droom ja. Twee keer in Harderwijk geweest, in het dolfinarium, waar mijn zusje overigens een keer bijna verdronken is doordat ze te snel van de glijbaan afkwam en we haar niet langs zagen zoeven, maar dat ter zijde. Harderwijk dus, daar zou ik, kleine Marle met de dolfijn als lievelingsdier gaan wonen later. Ofja, wonen, ik wilde gewoon dolfijnentrainster worden en dan natuurlijk van Flipper of Spetter of hoe die lievelingsdolfijnen daar tegenwoordig ook mogen heten.
Maarja, je wordt ouder, je haalt je dolfijnenposter van de muur af, je hele boekenplank vol met boeken van de reeks Op Zoek Naar Dolfijnen komen onder je bed te liggen en je schrijft in de vriendenboekjes bij beroep niet meer dolfijnentrainster op.
Wat moet je dan worden? Er is een tijd geweest dat ik juffrouw, of beter gezegd lerares wilde worden. Lerares, ik, ja echt. Zie je het al voor je? Ik toen blijkbaar wel. Als je het me nu vraagt waarom ik dat graag wilde, zou ik het echt niet weten. Vast omdat iedereen dat wilde worden. Of dan, Geneeskunde, dat was ook een van de mogelijkheden. Ik, mensen opensnijden? Dan vallen er meer doden dan bij een oorlog, geloof ik. Nee, dat zou ‘m ook niet worden.
Veel, héél, héél veel beroepskeuzetests waren het gevolg, want ik wist (en weet) echt niet wat ik wilde. Bij de ene test kwam filosofie uit, bij de andere bedrijskunde, en bij een ander weer technische wiskunde. Bewijst maar weer eens hoe veelzijdig ik wel niet ben. Gelukkig bestaat er nog zoiets als een decaan die een fatsoenlijke test heeft waar dan wél iets uitrolt wat enigszins reëel is, iets met scheikunde en biologie namelijk.
Wel nog een top-20 van studies natuurlijk, dus in het komende jaar moet ik maar eens gaan kijken welke van die twintig het waarschijnlijk wordt. Wish me luck, kiezen is niet mijn sterkste kant.
En ach, mocht het nog niks worden, dan kan ik nog altijd huisvrouw worden. Of putjesschepper. Maar niet heus.
Omslag
september 19th, 2010 § 2 reacties
Soms heb je van die mensen. Altijd vrolijk, altijd lachen, altijd de boel een beetje op gang brengen, altijd iedereen aan het lachen krijgen met zijn/haar ietwat, of dit het juiste woord is weet ik niet, dommige gedrag. Of ze het expres doen, geen idee, maar ze zijn wel grappig.
Die mensen, of beter gezegd meiden, zie je lopen. Dat type meiden is heel makkelijk te herkennen, aangezien ze over het algemeen hun haar geblondeerd hebben en net iets te veel make-up op hun mooie gezichtjes hebben gesmeerd waardoor hun gezicht meteen iets minder mooi is.
En als ik eerlijk ben, dan oordeel ik meteen over hun, terwijl ik weet dat ik het niet moet doen. Want wat kunnen zij er nou aan doen dat ze nou heel toevallig de uiterlijke eigenschappen hebben van een zogenaamd make-up snolletje. Van een zogenaamd persoon dat egoïstisch is, niet rekening houdend met wat andere mensen voelen, geen idee hebbend dat ze andere mensen pijn doen, en maar het idee hebben dat ze met alles en iedereen spelletjes kunnen spelen. Dat ze maar ervan uitgaan dat alles en iedereen rekening met hun houdt, alsof de wereld om hun draait.
Zo denk ik al-tijd als ik dat soort mensen zie lopen, aandachtsziek zou je ze kunnen noemen. En ook dacht ik zo over iemand die ik verder maar oppervlakkig ken.
Dacht, ja, de verleden tijd. Want nu, nu ik weet wat er allemaal schuilgaat onder die laag make-up, onder die laag vrolijkheid, onder het altijd iedereen aan het lachen maken, dan heb ik ontieglijk veel respect voor diegene. Ondanks alles toch zo vrolijk en opgewekt. Ik zou het haar niet nadoen.
Maarach, op elke regel is er wel een uitzondering. Deze persoon is de uitzondering van de snolletjes gemeenschap. De rest blijft gewoon oppervlakkig en egoïstisch.